post image

07

januari

Blauwe coniferen

Sprookjesachtig zilverblauw en –groen in je tuin

Sterke bouw, fraai van vorm en het hele jaar door een echte blikvanger door de unieke tinten. Blauwe coniferen geven een (winter)tuin kleur, maar ook een serene aanblik, vooral in perioden met sneeuw en vorst.

Blauwe coniferen zijn elegante tuinplanten die het goed doen in hagen, kuipen en solo in de volle grond, als bijzonder kleurelement. Het assortiment is groot en grofweg te onderscheiden in zuil- , kegel- en plateauvormen. Het zijn houtige planten die onder de naaldbomen vallen, al is hun loof veel zachter en rijker. Door de bijzondere kleurschakeringen zijn blauwe coniferen, in tegenstelling tot hun groene familieleden, vooral accentplanten. Je creëert er een bijzondere sfeer mee en kunt er een specifieke zichtlijn mee versterken. Het zijn chique struiken, die ook wel bekend staan als ‘de aristocraten onder de coniferen’.

Voluptueuze én skinny vormen
Blauwe is ook bekend als blauwspar, met dank aan de zilverkleurige naalden. Deze beauty kan tot wel drie meter hoog worden. Juniperus Squamata is een schitterende jeneverbes met fijne blaadjes die vaak als accentplant wordt ingezet. Ellwoodii groeit lang en slank de hoogte in, zoals een dwergcypres betaamt. De blaadjes zijn schubvormig en
liggen dicht tegen de twijgjes aan. Stricta staat ook bekend als Chinese jeneverbes met een opgaande groei en verticaal groende takken. Bijzonder aan deze conifeer is dat hij in de winter blauwer kleurt. De kleur van alle blauwe coniferen ontstaat door een speciaal waslaagje op de naalden die speciale golflengten in het licht reflecteren. Dat is de reden dat een blauwe conifeer in voorjaars- en zomerlicht vaak een iets andere tint heeft dan in najaars- en winterlicht.

Al zo oud als het Perm
Blauwe coniferen zijn houtige planten die onder de naaldbomen vallen. Voor zover bekend zijn coniferen de eerste plantengroep die zich zo’n 230 miljoen jaar geleden in het geologische tijdperk Perm met echte zaden voortplanten. Daarvoor deelden planten zich of vermeerderden ze zich door middel van sporen. De oervorm is alleen als fossiel bekend, de nakomelingen komen in het wild overal voor, maar vooral in streken met een gematigd klimaat. Niemand weet precies waar de eerste blauwe exemplaren zijn ontstaan: zowel in Colorado, als in Zweden en in de Russische taiga zijn sporen gevonden die ongeveer even oud zijn. In het wild kunnen blauwe coniferen met gemak 23 meter hoog worden, in de tuin is 15 meter het maximum. De dwergsoorten blijven nog kleiner:
tussen de 1 en 3 meter.

 

 

Bron: mooiwatplantendoen.nl

blauwe conifeer
conifeer blauw
blauwspar